Ga comfortabel zitten of liggen.
Sluit eventueel je ogen.
Leg één hand op je borst en één hand op je buik.
Neem eerst een paar rustige ademhalingen zonder iets te veranderen.
Merk op hoe je lichaam beweegt bij elke ademhaling.
Adem daarna langzaam in door je neus.
Laat de adem rustig weer uitstromen.
Terwijl je ademt, breng je zacht je aandacht naar de plek waar je hand je lichaam raakt.
Voel de warmte van je hand.
Voel de beweging van de adem onder je hand.
Stel je voor dat je ademhaling ruimte maakt in je lichaam.
Blijf dit ongeveer twee minuten doen.
Wanneer er gedachten opkomen, laat ze rustig voorbijgaan en breng je aandacht weer terug naar je adem en je lichaam.
Na een paar minuten laat je de ademhaling weer vanzelf stromen.